verglijden
werkwoordBetekenis
- geleidelijk, geruisloos verdwijnen
Vervoeging van verglijden
verglijdenhele werkwoord — vergleedverleden tijd enkelvoud — vergledenverleden tijd meervoud — vergledenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verglij | vergleed |
| jij | verglijdt | vergleed |
| hij, zij, het | verglijdt | vergleed |
| wij | verglijden | vergleden |
| jullie | verglijden | vergleden |
| zij | verglijden | vergleden |
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verglijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn vergleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verglijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergleden | verleden tijd, deelwoord |
| vergleden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergleden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergleed | verleden tijd |
| verglij | gebiedende wijs |
| verglijd | gebiedende wijs |
| verglijde | aanvoegende wijs |
| verglijdend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vergleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergleden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergleden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergleden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergleden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vergleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verglijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vergleden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verglijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van glijden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verglijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergleden | voltooid deelwoord | verglijden |
| vergleed | verleden tijd | verglijden |
| verglij | gebiedende wijs | verglijden |
| verglijd | gebiedende wijs | verglijden |
| verglijde | aanvoegende wijs | verglijden |
| verglijdend | onvoltooid deelwoord | verglijden |
| verglijdende | woordvorm | verglijden |
| verglijdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verglijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verglijden zijn vastgelegd.