vergelden
werkwoordBetekenis
- doen betalen voor iets, wraak nemen, afstraffen, betaald zetten
- vergoeden, compenseren, goedmaken, terugbetalen
Vervoeging van vergelden
vergeldenhele werkwoord — vergoldverleden tijd enkelvoud — vergoldenverleden tijd meervoud — vergoldenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergeld | vergold |
| jij | vergeldt | vergold |
| hij, zij, het | vergeldt | vergold |
| wij | vergelden | vergolden |
| jullie | vergelden | vergolden |
| zij | vergelden | vergolden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergolden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergolden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergolden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergolden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergolden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergolden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergolden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergolden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergolden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergolden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergolden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergolden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergolden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergolden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergolden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergolden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergolden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergelden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergelden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergeld | gebiedende wijs |
| vergelde | aanvoegende wijs |
| vergeldend | onvoltooid, deelwoord |
| vergold | verleden tijd |
| vergolden | verleden tijd, deelwoord |
| vergolden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergolden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergolden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergolden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergolden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergolden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergolden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergolden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergolden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergolden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart vergolden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergolden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergolden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergolden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergolden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergolden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergolden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergolden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergolden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergolden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergolden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergolden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergolden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergolden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergolden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergolden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergolden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vergolden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergolden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vergelden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergolden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergolden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergolden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vergelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vergolden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergolden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergolden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van gelden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergelden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergeld | gebiedende wijs | vergelden |
| vergelde | aanvoegende wijs | vergelden |
| vergeldend | onvoltooid deelwoord | vergelden |
| vergeldende | woordvorm | vergelden |
| vergeldt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vergelden |
| vergold | verleden tijd | vergelden |
| vergolden | voltooid deelwoord | vergelden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergelden zijn vastgelegd.