vergaren
werkwoordBetekenis
- bijeenbrengen
Vervoeging van vergaren
vergarenhele werkwoord — vergaardeverleden tijd enkelvoud — vergaardenverleden tijd meervoud — vergaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergaar | vergaarde |
| jij | vergaart | vergaarde |
| hij, zij, het | vergaart | vergaarde |
| wij | vergaren | vergaarden |
| jullie | vergaren | vergaarden |
| zij | vergaren | vergaarden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaar | gebiedende wijs |
| vergaard | verleden tijd, deelwoord |
| vergaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaarde | verleden tijd |
| vergare | aanvoegende wijs |
| vergarend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vergaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vergaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van garen (verzamelen) met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergaar | gebiedende wijs | vergaren |
| vergaard | voltooid deelwoord | vergaren |
| vergaarde | verleden tijd | vergaren |
| vergaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergaren |
| vergaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vergaren |
| vergare | aanvoegende wijs | vergaren |
| vergarend | onvoltooid deelwoord | vergaren |
| vergarende | woordvorm | vergaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergaren zijn vastgelegd.