vergapen
werkwoordBetekenis
- zich ~ aan gefascineerd naar iets staren
Vervoeging van vergapen
vergapenhele werkwoord — vergaapteverleden tijd enkelvoud — vergaaptenverleden tijd meervoud — vergaaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergaap | vergaapte |
| jij | vergaapt | vergaapte |
| hij, zij, het | vergaapt | vergaapte |
| wij | vergapen | vergaapten |
| jullie | vergapen | vergaapten |
| zij | vergapen | vergaapten |
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergaapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergaapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergaapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergaapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergaapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergaapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergapen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaap | gebiedende wijs |
| vergaap me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vergaap u/je , vergaapt je | gebiedende wijs |
| vergaapt | verleden tijd, deelwoord |
| vergaapt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vergaapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergaapt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergaapt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergaapt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vergaapt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergaapt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergaapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergaapte | verleden tijd |
| vergaapte je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergaapte me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergaapte u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| vergaapte u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergaapte zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vergaapte zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| vergaapte zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergaapten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergaapten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergaapten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| vergape | aanvoegende wijs |
| vergape zich | aanvoegende wijs |
| vergapen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergapen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergapen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vergapend | onvoltooid, deelwoord |
| zal me vergapen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich vergapen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je vergapen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich vergaapt hebben | verleden tijd |
| zich vergapend | onvoltooid, deelwoord |
| zou vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vergaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je vergapen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons vergapen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zich vergapen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u vergapen | tweede persoon |
| zult u vergapen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult vergaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult zich/u vergapen | tweede persoon |
| zult zich/u vergapen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van gapen met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van vergapen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergaap | gebiedende wijs | vergapen |
| vergaapt | voltooid deelwoord | vergapen |
| vergaapte | verleden tijd | vergapen |
| vergaapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vergapen |
| vergape | aanvoegende wijs | vergapen |
| vergapend | onvoltooid deelwoord | vergapen |
| vergapende | woordvorm | vergapen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergapen zijn vastgelegd.