verfraaien
werkwoordBetekenis
- mooier maken
Vervoeging van verfraaien
verfraaienhele werkwoord — verfraaideverleden tijd enkelvoud — verfraaidenverleden tijd meervoud — verfraaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verfraai | verfraaide |
| jij | verfraait | verfraaide |
| hij, zij, het | verfraait | verfraaide |
| wij | verfraaien | verfraaiden |
| jullie | verfraaien | verfraaiden |
| zij | verfraaien | verfraaiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verfraaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verfraaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verfraaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verfraaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verfraaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verfraaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verfraaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verfraaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verfraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verfraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verfraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verfraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verfraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verfraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verfraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verfraaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verfraaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verfraaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verfraaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfraai | gebiedende wijs |
| verfraaid | verleden tijd, deelwoord |
| verfraaid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verfraaid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verfraaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfraaid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfraaid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfraaid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verfraaid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verfraaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verfraaid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verfraaid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verfraaide | verleden tijd |
| verfraaie | aanvoegende wijs |
| verfraaiend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verfraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verfraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verfraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verfraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verfraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verfraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verfraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verfraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verfraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verfraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verfraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verfraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verfraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verfraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verfraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verfraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verfraaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verfraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verfraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verfraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verfraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van fraai met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verfraaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verfraai | gebiedende wijs | verfraaien |
| verfraaid | voltooid deelwoord | verfraaien |
| verfraaide | verleden tijd | verfraaien |
| verfraaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verfraaien |
| verfraaie | aanvoegende wijs | verfraaien |
| verfraaiend | onvoltooid deelwoord | verfraaien |
| verfraaiende | woordvorm | verfraaien |
| verfraait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verfraaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verfraaien zijn vastgelegd.