Naar de inhoud

vereisen

nodig hebben

vereisen

werkwoord /vɛrɛɪsə(n)/

Betekenis

  1. nodig hebben

Hoe spreek je vereisen uit?

/vɛrɛisən/

Vereisen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /vɛrɛisən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɛ bed
r rood
ɛi trein
s sok
ə de
n nek

Vervoeging van vereisen

vereisenhele werkwoord — vereisteverleden tijd enkelvoud — vereistenverleden tijd meervoud — vereistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vereis vereiste
jij vereist vereiste
hij, zij, het vereist vereiste
wij vereisen vereisten
jullie vereisen vereisten
zij vereisen vereisten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vereist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vereist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vereist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vereist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vereist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vereist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vereist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vereist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vereist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vereist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vereist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vereist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vereist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vereist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vereist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vereist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vereist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vereist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vereist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vereist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vereist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vereist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vereist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vereisen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vereisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vereis gebiedende wijs
vereise aanvoegende wijs
vereisend onvoltooid, deelwoord
vereist verleden tijd, deelwoord
vereist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vereist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vereist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vereist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vereist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vereist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vereist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vereist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vereist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vereist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vereiste verleden tijd
waart vereist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vereist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vereist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vereist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vereist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vereist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vereist voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vereist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vereist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vereist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vereist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vereist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vereist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vereist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vereist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vereist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vereist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vereist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vereist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vereist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vereist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vereist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vereist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vereist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vereisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vereist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vereist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vereist zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vereisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vereist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vereist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vereist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vereist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vereist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vereist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vereist zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vereist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vereist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vereisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vereist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vereist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vereist zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van eisen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vereisen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vereis gebiedende wijs vereisen
vereise aanvoegende wijs vereisen
vereisend onvoltooid deelwoord vereisen
vereisende woordvorm vereisen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vereisen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vereisen

Hoe spreek ik vereisen uit?
Zo spreek je vereisen uit: /vɛrɛɪsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van vereisen?
Vereisen is een werkwoord. De betekenis is: nodig hebben.
Hoe vervoeg ik vereisen?
Zo vervoeg je vereisen zo: de tegenwoordige tijd is vereis, de verleden tijd is vereiste en het voltooid deelwoord is vereist. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vereisen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. I 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vereisen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. I 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vereisen in het kort

vereisen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vereisen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vereisen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vereisen: nodig hebben
Deel vereisen — standaardnederlands.nl