verduisteren
werkwoord vərˈdœystərə(n)Betekenis
- donkerder maken, van licht beroven
- een misdrijf waarbij geld ontvreemd wordt
- Tweede Wereldoorlog: het verplicht afplakken van alle ramen om de nachtelijke geallieerde bombardementen te bemoeilijken
Hoe spreek je verduisteren uit?
/vərˈdœystərən/
Verduisteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| œy | huis |
| s | sok |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- donkerder maken/van het licht beroven, bijvoorbeeld van hemellichamen
- iets (m.n. geld) ontvreemden/stelen euphemistic
- verplicht afplakken van alle ramen om de nachtelijke geallieerde bombardementen te bemoeilijken, tijdens de Tweede Wereldoorlog
Vervoeging van verduisteren
verduisterenhele werkwoord — verduisterdeverleden tijd enkelvoud — verduisterdenverleden tijd meervoud — verduisterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verduister | verduisterde |
| jij | verduistert | verduisterde |
| hij, zij, het | verduistert | verduisterde |
| wij | verduisteren | verduisterden |
| jullie | verduisteren | verduisterden |
| zij | verduisteren | verduisterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verduisterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verduisterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verduisterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verduisterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verduisterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verduisterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verduisterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verduisterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verduisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verduisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verduisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verduisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verduisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verduisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verduisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verduisterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verduisterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verduisteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verduisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verduister | gebiedende wijs |
| verduisterd | verleden tijd, deelwoord |
| verduisterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verduisterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verduisterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verduisterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verduisterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verduisterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verduisterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verduisterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verduisterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verduisterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verduisterde | verleden tijd |
| verduistere | aanvoegende wijs |
| verduisterend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verduisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verduisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verduisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verduisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verduisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verduisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verduisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verduisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verduisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verduisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verduisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verduisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verduisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verduisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verduisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verduisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verduisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verduisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verduisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verduisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verduisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van duister met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verduisteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verduister | gebiedende wijs | verduisteren |
| verduisterd | voltooid deelwoord | verduisteren |
| verduisterde | verleden tijd | verduisteren |
| verduisterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verduisteren |
| verduistere | aanvoegende wijs | verduisteren |
| verduisterend | onvoltooid deelwoord | verduisteren |
| verduisterende | woordvorm | verduisteren |
| verduistert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verduisteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verduisteren zijn vastgelegd.