fluisteren
werkwoord ˈflœystərə(n)Betekenis
- spreken met gedempte stem
- iets met gedempte stem zeggen
Hoe spreek je fluisteren uit?
/ˈflœystərən/
Fluisteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| œy | huis |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van fluisteren
fluisterenhele werkwoord — fluisterdeverleden tijd enkelvoud — fluisterdenverleden tijd meervoud — gefluisterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | fluister | fluisterde |
| jij | fluistert | fluisterde |
| hij, zij, het | fluistert | fluisterde |
| wij | fluisteren | fluisterden |
| jullie | fluisteren | fluisterden |
| zij | fluisteren | fluisterden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gefluisterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gefluisterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gefluisterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gefluisterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gefluisterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gefluisterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gefluisterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gefluisterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| fluister | gebiedende wijs |
| fluisterde | verleden tijd |
| fluistere | aanvoegende wijs |
| fluisterend | onvoltooid, deelwoord |
| gefluisterd | verleden tijd, deelwoord |
| gefluisterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gefluisterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gefluisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gefluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gefluisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gefluisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gefluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gefluisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gefluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefluisterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gefluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te fluisteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gefluisterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen fluisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gefluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen fluisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult fluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gefluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zacht spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1640
Woordfamilie van fluisteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fluister | gebiedende wijs | fluisteren |
| fluisterde | verleden tijd | fluisteren |
| fluisterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | fluisteren |
| fluistere | aanvoegende wijs | fluisteren |
| fluistert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | fluisteren |
| gefluisterd | voltooid deelwoord | fluisteren |
| gefluisterde | woordvorm | fluisteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fluisteren zijn vastgelegd.