verdoezelen
werkwoordBetekenis
- trachten aan de aandacht te onttrekken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van verdoezelen
verdoezelenhele werkwoord — verdoezeldeverleden tijd enkelvoud — verdoezeldenverleden tijd meervoud — verdoezeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdoezel | verdoezelde |
| jij | verdoezelt | verdoezelde |
| hij, zij, het | verdoezelt | verdoezelde |
| wij | verdoezelen | verdoezelden |
| jullie | verdoezelen | verdoezelden |
| zij | verdoezelen | verdoezelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdoezeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdoezeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdoezeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdoezeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdoezeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdoezeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdoezeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdoezeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdoezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdoezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdoezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdoezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdoezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdoezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdoezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdoezeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdoezeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdoezelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdoezelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoezel | gebiedende wijs |
| verdoezeld | verleden tijd, deelwoord |
| verdoezeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdoezeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdoezeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoezeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoezeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoezeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdoezeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdoezeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoezeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoezeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoezelde | verleden tijd |
| verdoezele | aanvoegende wijs |
| verdoezelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdoezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdoezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdoezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdoezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdoezeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdoezeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdoezeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdoezeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdoezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdoezeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdoezeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdoezeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdoezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdoezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdoezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdoezelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdoezeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdoezeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdoezeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdoezelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van doezelen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdoezelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdoezel | gebiedende wijs | verdoezelen |
| verdoezeld | voltooid deelwoord | verdoezelen |
| verdoezelde | verleden tijd | verdoezelen |
| verdoezelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdoezelen |
| verdoezele | aanvoegende wijs | verdoezelen |
| verdoezelend | onvoltooid deelwoord | verdoezelen |
| verdoezelende | woordvorm | verdoezelen |
| verdoezelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdoezelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdoezelen zijn vastgelegd.