Naar de inhoud

verdoen

nutteloos besteden, verkwanselen, verspillen

verdoen

werkwoord

Betekenis

  1. nutteloos besteden, verkwanselen, verspillen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

werkwoord

  1. Vernietigen, opmaken, verteren in het gebruik; in het gebruik voor een bep. doel verloren doen gaan, zodat het niet meer voor andere doeleinden kan worden gebruikt; verbruiken, opgebruiken. transitive

Vervoeging van verdoen

verdoenhele werkwoord — verdeedverleden tijd enkelvoud — verdedenverleden tijd meervoud — verdaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdoe verdeed
jij verdoet verdeed
hij, zij, het verdoet verdeed
wij verdoen verdeden
jullie verdoen verdeden
zij verdoen verdeden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verdaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verdaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verdaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verdaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verdaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verdaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verdaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verdaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verdaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verdaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verdaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verdaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verdaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verdaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verdaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verdaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verdoen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verdoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdaan verleden tijd, deelwoord
verdaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdeden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verdeden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verdeden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verdeed verleden tijd
verdeed je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdeed me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdeed u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verdeed u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verdeed zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdeed zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verdeed zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verdoe gebiedende wijs
verdoe aanvoegende wijs
verdoe me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verdoe u/je , verdoet je gebiedende wijs
verdoe zich aanvoegende wijs
verdoen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdoen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdoen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdoend onvoltooid, deelwoord
verdoet je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verdoet u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdoet u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verdoet zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verdoet zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verdoet zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verdaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verdaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verdaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verdaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verdaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verdaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verdaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verdaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verdaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verdaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verdaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verdaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verdoen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verdaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verdaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verdaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdoen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verdoen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verdoen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verdoen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verdoen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verdaan hebben verleden tijd
zich verdoend onvoltooid, deelwoord
zijn verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verdaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verdaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdoen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verdoen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verdoen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verdaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van doen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verdoen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdaan voltooid deelwoord verdoen
verdane woordvorm verdoen
verdeden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verdoen
verdeed verleden tijd verdoen
verdoe gebiedende wijs verdoen
verdoend onvoltooid deelwoord verdoen
verdoende woordvorm verdoen
verdoet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verdoen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdoen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verdoen

Wat betekent verdoen?
Verdoen is een werkwoord. Het woord betekent: nutteloos besteden, verkwanselen, verspillen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verdoen?
Je vervoegt verdoen als volgt: de tegenwoordige tijd is verdoe, de verleden tijd is verdeed en het voltooid deelwoord is verdaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verdoen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verdoen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

verdoen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

verdoen in het kort

verdoen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verdoen zijn 102 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verdoen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verdoen: nutteloos besteden, verkwanselen, verspillen
Deel verdoen — standaardnederlands.nl