vercijferen
werkwoordBetekenis
- een bericht zodanig bewerken dat het alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code
Vervoeging van vercijferen
vercijferenhele werkwoord — vercijferdeverleden tijd enkelvoud — vercijferdenverleden tijd meervoud — vercijferdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vercijfer | vercijferde |
| jij | vercijfert | vercijferde |
| hij, zij, het | vercijfert | vercijferde |
| wij | vercijferen | vercijferden |
| jullie | vercijferen | vercijferden |
| zij | vercijferen | vercijferden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vercijferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vercijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vercijferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vercijferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vercijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vercijferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vercijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vercijferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vercijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vercijferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vercijferen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vercijferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vercijfer | gebiedende wijs |
| vercijferd | verleden tijd, deelwoord |
| vercijferd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vercijferd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vercijferde | verleden tijd |
| vercijfere | aanvoegende wijs |
| vercijferend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vercijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vercijferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vercijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vercijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van cijfer met het voorvoegsel ver- of afgeleid van cijferen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vercijferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vercijfer | gebiedende wijs | vercijferen |
| vercijferd | voltooid deelwoord | vercijferen |
| vercijferde | verleden tijd | vercijferen |
| vercijferden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vercijferen |
| vercijfere | aanvoegende wijs | vercijferen |
| vercijferend | onvoltooid deelwoord | vercijferen |
| vercijferende | woordvorm | vercijferen |
| vercijfert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vercijferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vercijferen zijn vastgelegd.