Naar de inhoud

verbreken

een einde maken aan een bestaande verbinding

verbreken

werkwoord

Betekenis

  1. een einde maken aan een bestaande verbinding
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van verbreken

verbrekenhele werkwoord — verbrakverleden tijd enkelvoud — verbrakenverleden tijd meervoud — verbrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbreek verbrak
jij verbreekt verbraakt
hij, zij, het verbreekt verbrak
wij verbreken verbraken
jullie verbreken verbraken
zij verbreken verbraken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrak verleden tijd
verbreek gebiedende wijs
verbreke aanvoegende wijs
verbrekend onvoltooid, deelwoord
verbroken verleden tijd, deelwoord
verbroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart verbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verbroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van breken met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verbreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verbrak verleden tijd verbreken
verbraken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verbreken
verbreek gebiedende wijs verbreken
verbreekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verbreken
verbreke aanvoegende wijs verbreken
verbrekend onvoltooid deelwoord verbreken
verbrekende woordvorm verbreken
verbroken voltooid deelwoord verbreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbreken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verbreken

Wat is de betekenis van verbreken?
Verbreken is een werkwoord. De betekenis is: een einde maken aan een bestaande verbinding. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verbreken?
Zo vervoeg je verbreken zo: de tegenwoordige tijd is verbreek, de verleden tijd is verbrak en het voltooid deelwoord is verbroken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verbreken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verbreken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verbreken in het kort

verbreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verbreken staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verbreken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verbreken: een einde maken aan een bestaande verbinding
Deel verbreken — standaardnederlands.nl