Naar de inhoud

verbrassen

aan overdaad besteden

verbrassen

werkwoord

Betekenis

  1. aan overdaad besteden

Vervoeging van verbrassen

verbrassenhele werkwoord — verbrasteverleden tijd enkelvoud — verbrastenverleden tijd meervoud — verbrastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbras verbraste
jij verbrast verbraste
hij, zij, het verbrast verbraste
wij verbrassen verbrasten
jullie verbrassen verbrasten
zij verbrassen verbrasten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbrast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbrast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbrast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbrast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbrast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbrast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbrast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbrast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbrast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbrast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbrast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbrast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbrast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbrast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbrassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbrassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbras gebiedende wijs
verbrasse aanvoegende wijs
verbrassend onvoltooid, deelwoord
verbrast verleden tijd, deelwoord
verbrast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbrast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbrast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbrast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbrast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbrast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbrast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbraste verleden tijd
waart verbrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbrast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbrast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbrast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbrast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbrast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbrast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbrast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbrast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbrast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbrast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbrast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbrast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbrast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbrast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbrast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verbrast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbrast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verbrassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verbrast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbrast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verbrast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verbrassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verbrast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbrast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verbrast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van brassen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verbrassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verbras gebiedende wijs verbrassen
verbrasse aanvoegende wijs verbrassen
verbrassend onvoltooid deelwoord verbrassen
verbrassende woordvorm verbrassen
verbrast voltooid deelwoord verbrassen
verbraste verleden tijd verbrassen
verbrasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verbrassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbrassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verbrassen

Wat betekent verbrassen?
Verbrassen is een werkwoord. Het woord betekent: aan overdaad besteden.
Hoe vervoeg je verbrassen?
Je vervoegt verbrassen als volgt: de tegenwoordige tijd is verbras, de verleden tijd is verbraste en het voltooid deelwoord is verbrast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verbrassen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. A 1
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verbrassen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. A 1
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verbrassen in het kort

verbrassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verbrassen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verbrassen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verbrassen: aan overdaad besteden
Deel verbrassen — standaardnederlands.nl