verbakken
werkwoordBetekenis
- verbruiken voor het bakken van iets
Vervoeging van verbakken
verbakkenhele werkwoord — verbakteverleden tijd enkelvoud — verbaktenverleden tijd meervoud — verbakkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbak | verbakte |
| jij | verbakt | verbakte |
| hij, zij, het | verbakt | verbakte |
| wij | verbakken | verbakten |
| jullie | verbakken | verbakten |
| zij | verbakken | verbakten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbakken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbakken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbakken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbakken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbakken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbakken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbakken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbakken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbakken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbakken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbak | gebiedende wijs |
| verbakke | aanvoegende wijs |
| verbakken | verleden tijd, deelwoord |
| verbakken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbakken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbakkend | onvoltooid, deelwoord |
| verbakte | verleden tijd |
| zal verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verbakken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verbakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verbakken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van bakken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbak | gebiedende wijs | verbakken |
| verbakke | aanvoegende wijs | verbakken |
| verbakkend | onvoltooid deelwoord | verbakken |
| verbakkende | woordvorm | verbakken |
| verbakt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbakken |
| verbakte | verleden tijd | verbakken |
| verbakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbakken zijn vastgelegd.