veramerikaansen
werkwoordBetekenis
- Amerikaans maken
- Amerikaans worden
Vervoeging van veramerikaansen
veramerikaansenhele werkwoord — veramerikaansteverleden tijd enkelvoud — veramerikaanstenverleden tijd meervoud — veramerikaanstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veramerikaans | veramerikaanste |
| jij | veramerikaanst | veramerikaanste |
| hij, zij, het | veramerikaanst | veramerikaanste |
| wij | veramerikaansen | veramerikaansten |
| jullie | veramerikaansen | veramerikaansten |
| zij | veramerikaansen | veramerikaansten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt veramerikaanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben veramerikaanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft veramerikaanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben veramerikaanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te veramerikaansen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen veramerikaansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veramerikaans | gebiedende wijs |
| veramerikaanse | aanvoegende wijs |
| veramerikaansend | onvoltooid, deelwoord |
| veramerikaanst | verleden tijd, deelwoord |
| veramerikaanst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veramerikaanst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| veramerikaanste | verleden tijd |
| zal veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt veramerikaanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen veramerikaansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult veramerikaansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult veramerikaanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van Amerikaans met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van veramerikaansen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veramerikaans | gebiedende wijs | veramerikaansen |
| veramerikaanse | aanvoegende wijs | veramerikaansen |
| veramerikaansend | onvoltooid deelwoord | veramerikaansen |
| veramerikaansende | woordvorm | veramerikaansen |
| veramerikaanst | voltooid deelwoord | veramerikaansen |
| veramerikaanste | verleden tijd | veramerikaansen |
| veramerikaansten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | veramerikaansen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veramerikaansen zijn vastgelegd.