veralgemeniseren
werkwoordBetekenis
- algemeen maken, veralgemenen
Vervoeging van veralgemeniseren
veralgemeniserenhele werkwoord — veralgemeniseerdeverleden tijd enkelvoud — veralgemeniseerdenverleden tijd meervoud — veralgemeniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veralgemeniseer | veralgemeniseerde |
| jij | veralgemeniseert | veralgemeniseerde |
| hij, zij, het | veralgemeniseert | veralgemeniseerde |
| wij | veralgemeniseren | veralgemeniseerden |
| jullie | veralgemeniseren | veralgemeniseerden |
| zij | veralgemeniseren | veralgemeniseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is veralgemeniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was veralgemeniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd veralgemeniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt veralgemeniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal veralgemeniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal veralgemeniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou veralgemeniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou veralgemeniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben veralgemeniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben veralgemeniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te veralgemeniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen veralgemeniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veralgemeniseer | gebiedende wijs |
| veralgemeniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| veralgemeniseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| veralgemeniseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| veralgemeniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veralgemeniseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veralgemeniseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veralgemeniseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| veralgemeniseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| veralgemeniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| veralgemeniseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| veralgemeniseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| veralgemeniseerde | verleden tijd |
| veralgemenisere | aanvoegende wijs |
| veralgemeniserend | onvoltooid, deelwoord |
| waart veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was veralgemeniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt veralgemeniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal veralgemeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal veralgemeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt veralgemeniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt veralgemeniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veralgemeniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veralgemeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen veralgemeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen veralgemeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen veralgemeniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult veralgemeniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veralgemeniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veralgemeniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult veralgemeniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van algemeen met het voorvoegsel ver- en (ongewoon) met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van veralgemeniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veralgemeniseer | gebiedende wijs | veralgemeniseren |
| veralgemeniseerd | voltooid deelwoord | veralgemeniseren |
| veralgemeniseerde | verleden tijd | veralgemeniseren |
| veralgemeniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | veralgemeniseren |
| veralgemeniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | veralgemeniseren |
| veralgemenisere | aanvoegende wijs | veralgemeniseren |
| veralgemeniserend | onvoltooid deelwoord | veralgemeniseren |
| veralgemeniserende | woordvorm | veralgemeniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veralgemeniseren zijn vastgelegd.