vastroesten
werkwoordBetekenis
- zolang roesten dat iets vast gaat zitten
Vervoeging van vastroesten
vastroestenhele werkwoord — roestte vastverleden tijd enkelvoud — roestten vastverleden tijd meervoud — vastgeroestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roest vast | roestte vast |
| jij | roest vast | roestte vast |
| hij, zij, het | roest vast | roestte vast |
| wij | roesten vast | roestten vast |
| jullie | roesten vast | roestten vast |
| zij | roesten vast | roestten vast |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| roest vast | gebiedende wijs |
| roestte vast | verleden tijd |
| te zijn vastgeroest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vastroesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vast te roesten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vast te zullen roesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vast zal roesten | bijzin, toekomende tijd |
| vast zou roesten | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zouden roesten | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zoudt roesten | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zullen roesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vast zullen roesten | bijzin, toekomende tijd |
| vast zult roesten | bijzin, toekomende tijd |
| vastgeroest | verleden tijd, deelwoord |
| vastgeroest te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vastgeroest zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vastroest | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vastroestend | onvoltooid, deelwoord |
| vastroestte | bijzin, verleden tijd |
| vastroestten | bijzin, verleden tijd |
| waart vastgeroest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vastgeroest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vastgeroest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vastgeroest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vastgeroest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vastgeroest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vastgeroest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vastroesten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn vastgeroest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vastgeroest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vastroesten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) vastroesten vast zou(dt) roesten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vastroesten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt vastgeroest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vastroesten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vastroesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vastroesten | bijzin, toekomende tijd |
| zult vastgeroest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vastroesten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vastroesten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal vastroesten vast zult/zal roesten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van vast en roesten
Woordfamilie van vastroesten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roest vast | gebiedende wijs | vastroesten |
| roeste vast | woordvorm | vastroesten |
| roesten vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | vastroesten |
| roestte vast | verleden tijd | vastroesten |
| roestten vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vastroesten |
| vastroest | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vastroesten |
| vastroeste | with-subordinate-clause | vastroesten |
| vastroestend | onvoltooid deelwoord | vastroesten |
| vastroestende | woordvorm | vastroesten |
| vastroestte | subordinate-clause, verleden tijd | vastroesten |
| vastroestten | subordinate-clause, verleden tijd | vastroesten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastroesten zijn vastgelegd.