vastgeroest
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- zolang al hetzelfde gebleven dat het niet meer kan veranderen
- (letterlijk) door roesten helemaal aan elkaar gekoekt
Woordvorm
- voltooid deelwoord van vastroesten
Vervoeging van vastgeroest
vastgeroesthele werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
- door roesten helemaal aan elkaar gekoekt
Herkomst
*vervoeging van vastroesten: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van vast bw en geroest ww
Woordfamilie van vastgeroest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vastgeroester | woordvorm | vastgeroest |
| vastgeroestere | woordvorm | vastgeroest |
| vastgeroesters | woordvorm | vastgeroest |
| vastgeroests | woordvorm | vastgeroest |
| vastgeroestst | woordvorm | vastgeroest |
| vastgeroestste | woordvorm | vastgeroest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastgeroest zijn vastgelegd.