vastbakken
werkwoordBetekenis
- door bakken (aan de pan) vast komen te zitten, aanbakken
Vervoeging van vastbakken
vastbakkenhele werkwoord — bakte vastverleden tijd enkelvoud — bakten vastverleden tijd meervoud — vastgebakkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bak vast | bakte vast |
| jij | bakt vast | bakte vast |
| hij, zij, het | bakt vast | bakte vast |
| wij | bakken vast | bakten vast |
| jullie | bakken vast | bakten vast |
| zij | bakken vast | bakten vast |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bak vast | gebiedende wijs |
| bakte vast | verleden tijd |
| ben vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn vastgebakken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vastbakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vast te bakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vast te zullen bakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vast zal bakken | bijzin, toekomende tijd |
| vast zou bakken | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zouden bakken | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zoudt bakken | bijzin, voorwaardelijk |
| vast zullen bakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vast zullen bakken | bijzin, toekomende tijd |
| vast zult bakken | bijzin, toekomende tijd |
| vastbak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vastbakkend | onvoltooid, deelwoord |
| vastbakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| vastbakte | bijzin, verleden tijd |
| vastbakten | bijzin, verleden tijd |
| vastgebakken | verleden tijd, deelwoord |
| vastgebakken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vastgebakken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart vastgebakken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vastgebakken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vastgebakken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vastgebakken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vastgebakken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vastgebakken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vastgebakken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vastbakken | bijzin, toekomende tijd |
| zal vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vastgebakken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vastgebakken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vastbakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) vastbakken vast zou(dt) bakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vastbakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vastbakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt vastgebakken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vastbakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vastbakken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vastbakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vastbakken | bijzin, toekomende tijd |
| zult vastgebakken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal vastbakken vast zult/zal bakken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van vast bw en bakken ww
Woordfamilie van vastbakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bak vast | gebiedende wijs | vastbakken |
| bakke vast | woordvorm | vastbakken |
| bakken vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | vastbakken |
| bakt vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vastbakken |
| bakte vast | verleden tijd | vastbakken |
| bakten vast | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vastbakken |
| vastbak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vastbakken |
| vastbakke | with-subordinate-clause | vastbakken |
| vastbakkend | onvoltooid deelwoord | vastbakken |
| vastbakkende | woordvorm | vastbakken |
| vastbakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | vastbakken |
| vastbakte | subordinate-clause, verleden tijd | vastbakken |
| vastbakten | subordinate-clause, verleden tijd | vastbakken |
| vastgebakken | voltooid deelwoord | vastbakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vastbakken zijn vastgelegd.