Naar de inhoud

vagen

vegen

vagen

werkwoord

Betekenis

  1. vegen

werkwoord

  1. braak (laten) liggen

Vervoeging van vagen

vagenhele werkwoord — vaagdeverleden tijd enkelvoud — vaagdenverleden tijd meervoud — gevaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vaag vaagde
jij vaagt vaagde
hij, zij, het vaagt vaagde
wij vagen vaagden
jullie vagen vaagden
zij vagen vaagden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gevaagd verleden tijd, deelwoord
gevaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vaag gebiedende wijs
vaagde verleden tijd
vage aanvoegende wijs
vagend onvoltooid, deelwoord
zal gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van vagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevaagd voltooid deelwoord vagen
vaagde verleden tijd vagen
vaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vagen
vaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vagen
vagend onvoltooid deelwoord vagen
vagende woordvorm vagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vagen

Wat is de betekenis van vagen?
Vagen is een werkwoord. De betekenis is: vegen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vagen?
Zo vervoeg je vagen zo: de tegenwoordige tijd is vaag, de verleden tijd is vaagde en het voltooid deelwoord is gevaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vagen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vagen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vagen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vagen in het kort

vagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vagen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vagen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vagen: vegen
Deel vagen — standaardnederlands.nl