urmen
werkwoordBetekenis
- zeurend bezig zijn
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van urmen
urmenhele werkwoord — urmdeverleden tijd enkelvoud — urmdenverleden tijd meervoud — geürmdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | urm | urmde |
| jij | urmt | urmde |
| hij, zij, het | urmt | urmde |
| wij | urmen | urmden |
| jullie | urmen | urmden |
| zij | urmen | urmden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geürmd | verleden tijd, deelwoord |
| geürmd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geürmd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geürmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geürmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geürmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geürmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geürmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geürmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geürmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geürmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geürmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geürmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te urmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen urmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| urm | gebiedende wijs |
| urmde | verleden tijd |
| urme | aanvoegende wijs |
| urmend | onvoltooid, deelwoord |
| zal geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geürmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt urmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen urmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geürmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult urmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘tobben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844
Woordfamilie van urmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geürmd | voltooid deelwoord | urmen |
| urm | gebiedende wijs | urmen |
| urmde | verleden tijd | urmen |
| urmden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | urmen |
| urme | aanvoegende wijs | urmen |
| urmend | onvoltooid deelwoord | urmen |
| urmende | woordvorm | urmen |
| urmt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | urmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van urmen zijn vastgelegd.