urineleider
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de buis die loopt tussen het nierbekken en de blaas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| urineleiders | meervoud |
| urineleidertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| urineleidertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van urine en leider
Woordfamilie van urineleider
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| urineleiders | meervoud | urineleider |
| urineleidertje | verkleinwoord | urineleider |
| urineleidertjes | verkleinwoord meervoud | urineleider |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van urineleider zijn vastgelegd.