urinaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gelegenheid voor heren die zich van hun urine wensen te ontlasten
- voorwerp, meestal van glas waarin urine kan worden gedeponeerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| urinaals | meervoud |
| urinaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| urinaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| urinalen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘pisglas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1521
Woordfamilie van urinaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| urinaals | meervoud | urinaal |
| urinaaltje | verkleinwoord | urinaal |
| urinaaltjes | verkleinwoord meervoud | urinaal |
| urinalen | meervoud | urinaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van urinaal zijn vastgelegd.