Naar de inhoud

uitzingen

volhouden

uitzingen

werkwoord

Betekenis

  1. volhouden
  2. tot het einde doorzingen

Vervoeging van uitzingen

uitzingenhele werkwoord — zong uitverleden tijd enkelvoud — zongen uitverleden tijd meervoud — uitgezongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zing uit zong uit
jij zingt uit zong uit
hij, zij, het zingt uit zong uit
wij zingen uit zongen uit
jullie zingen uit zongen uit
zij zingen uit zongen uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgezongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgezongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgezongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgezongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgezongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgezongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgezongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgezongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgezongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgezongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitzingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te zingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen zingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal zingen bijzin, toekomende tijd
uit zou zingen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden zingen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt zingen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen zingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen zingen bijzin, toekomende tijd
uit zult zingen bijzin, toekomende tijd
uitgezongen verleden tijd, deelwoord
uitgezongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgezongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgezongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgezongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgezongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgezongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgezongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgezongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgezongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgezongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitzing bijzin, tegenwoordige tijd
uitzingend onvoltooid, deelwoord
uitzingt bijzin, tegenwoordige tijd
uitzong bijzin, verleden tijd
uitzongen bijzin, verleden tijd
waart uitgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgezongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgezongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgezongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgezongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgezongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgezongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitzingen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgezongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zing uit gebiedende wijs
zong uit verleden tijd
zou uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitzingen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitzingen uit zou(dt) zingen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitzingen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgezongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgezongen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitzingen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgezongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgezongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgezongen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgezongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitzingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitzingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitzingen bijzin, toekomende tijd
zult uitgezongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en zingen

Woordfamilie van uitzingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgezongen voltooid deelwoord uitzingen
uitzing subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitzingen
uitzinge with-subordinate-clause uitzingen
uitzingend onvoltooid deelwoord uitzingen
uitzingende woordvorm uitzingen
uitzingt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitzingen
uitzong subordinate-clause, verleden tijd uitzingen
uitzongen subordinate-clause, verleden tijd uitzingen
zing uit gebiedende wijs uitzingen
zinge uit woordvorm uitzingen
zingen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitzingen
zingt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitzingen
zong uit verleden tijd uitzingen
zongen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitzingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzingen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitzingen

Wat is de betekenis van uitzingen?
Uitzingen is een werkwoord. De betekenis is: volhouden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitzingen?
Zo vervoeg je uitzingen zo: het voltooid deelwoord is uitgezongen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitzingen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. Z 4
  5. I 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitzingen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. Z 5
  5. I 2
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitzingen in het kort

uitzingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitzingen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitzingen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitzingen: volhouden
Deel uitzingen — standaardnederlands.nl