uitzet
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈœytsɛtBetekenis
- complete uitrusting van kleren, linnengoed, borden, etc. van een bruid of bruidspaar
Hoe spreek je uitzet uit?
/ˈœytsɛt/
Uitzet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitzetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitzetjes | verkleinwoord, meervoud |
| uitzetten | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitzetten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitzetten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitzetten
Vervoeging van uitzet
uitzethele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en zet
Woordfamilie van uitzet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitzetje | verkleinwoord | uitzet |
| uitzetjes | verkleinwoord meervoud | uitzet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzet zijn vastgelegd.