uitzetbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- dat iets naar buiten gedraaid kan worden
- uit een land verwijderd kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitzetbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| uitzetbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| uitzetbaarders | partitief, vergrotende trap |
| uitzetbaars | partitief, stellende trap |
| uitzetbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| uitzetbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| uitzetbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van uitzetten met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van uitzetbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitzetbaarder | vergrotende trap | uitzetbaar |
| uitzetbaardere | verbogen vergrotende trap | uitzetbaar |
| uitzetbaarders | partitieve vergrotende trap | uitzetbaar |
| uitzetbaars | partitive, positive | uitzetbaar |
| uitzetbaarst | uninflected, superlative | uitzetbaar |
| uitzetbaarste | inflected, superlative | uitzetbaar |
| uitzetbare | verbogen vorm | uitzetbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzetbaar zijn vastgelegd.