Naar de inhoud

uitwassen

door wassen verwijderen

uitwassen is meer dan één woord

uitwassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. door wassen verwijderen
  2. groeiend te voorschijn komen, naar buiten of uit iets groeien, zich ontwikkelen

Vervoeging van uitwassen

uitwassenhele werkwoord — waste uitverleden tijd enkelvoud — wasten uitverleden tijd meervoud — uitgewassenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik was uit waste uit
jij wast uit waste uit
hij, zij, het wast uit waste uit
wij wassen uit wasten uit
jullie wassen uit wasten uit
zij wassen uit wasten uit
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgewassen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgewassen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgewassen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgewassen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgewassen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgewassen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te wassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal wassen bijzin, toekomende tijd
uit zou wassen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden wassen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt wassen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen wassen bijzin, toekomende tijd
uit zult wassen bijzin, toekomende tijd
uitgewassen verleden tijd, deelwoord
uitgewassen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewassen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewassen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewassen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewassen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewassen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewassen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewassen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewassen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewassen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitwas bijzin, tegenwoordige tijd
uitwassend onvoltooid, deelwoord
uitwast bijzin, tegenwoordige tijd
uitwaste bijzin, verleden tijd
uitwasten bijzin, verleden tijd
uitwies bijzin, verleden tijd
uitwiesen bijzin, verleden tijd
waart uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uit gebiedende wijs
was uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waste uit verleden tijd
werd uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitwassen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitwassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitwassen uit zou(dt) wassen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitwassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitwassen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Vervoeging van uitwassen

uitwassenhele werkwoord — waste uitverleden tijd enkelvoud — wasten uitverleden tijd meervoud — uitgewassenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik was uit waste uit
jij wast uit waste uit
hij, zij, het wast uit waste uit
wij wassen uit wasten uit
jullie wassen uit wasten uit
zij wassen uit wasten uit
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgewassen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgewassen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgewassen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgewassen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgewassen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgewassen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te wassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal wassen bijzin, toekomende tijd
uit zou wassen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden wassen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt wassen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen wassen bijzin, toekomende tijd
uit zult wassen bijzin, toekomende tijd
uitgewassen verleden tijd, deelwoord
uitgewassen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewassen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgewassen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewassen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewassen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgewassen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewassen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgewassen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewassen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgewassen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitwas bijzin, tegenwoordige tijd
uitwassend onvoltooid, deelwoord
uitwast bijzin, tegenwoordige tijd
uitwaste bijzin, verleden tijd
uitwasten bijzin, verleden tijd
uitwies bijzin, verleden tijd
uitwiesen bijzin, verleden tijd
waart uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uit gebiedende wijs
was uitgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wies uit verleden tijd
word uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitwassen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitwassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitwassen uit zou(dt) wassen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitwassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitwassen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord uitwas

Herkomst

samenstelling van uit en wassen

Woordfamilie van uitwassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgewassen voltooid deelwoord uitwassen
uitwasse with-subordinate-clause uitwassen
uitwassend onvoltooid deelwoord uitwassen
uitwassende woordvorm uitwassen
uitwast subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitwassen
uitwaste subordinate-clause, verleden tijd uitwassen
uitwasten subordinate-clause, verleden tijd uitwassen
uitwies subordinate-clause, verleden tijd uitwassen
uitwiesen subordinate-clause, verleden tijd uitwassen
was uit gebiedende wijs uitwassen
wasse uit woordvorm uitwassen
wassen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitwassen
wast uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitwassen
waste uit verleden tijd uitwassen
wasten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwassen
wies uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon uitwassen
wiesen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitwassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitwassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitwassen

Wat betekent uitwassen?
Uitwassen is een werkwoord. Het woord betekent: door wassen verwijderen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitwassen?
Je vervoegt uitwassen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgewassen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitwassen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitwassen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitwassen in het kort

uitwassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitwassen zijn 92 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitwassen bij een woordfamilie van 17 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitwassen: door wassen verwijderen
Deel uitwassen — standaardnederlands.nl