Naar de inhoud

uitverkiezen

uit velen een enkele selecteren

uitverkiezen

werkwoord

Betekenis

  1. uit velen een enkele selecteren

Vervoeging van uitverkiezen

uitverkiezenhele werkwoord — verkoos uitverleden tijd enkelvoud — verkozen uitverleden tijd meervoud — uitverkorenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkies uit verkoos uit
jij verkiest uit verkoos uit
hij, zij, het verkiest uit verkoos uit
wij verkiezen uit verkozen uit
jullie verkiezen uit verkozen uit
zij verkiezen uit verkozen uit
Alle 201 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent/is uitverkorenª uitverkozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitverkorenª impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitverkorenª impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitverkorenª impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitverkorenª impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitverkorenª impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitverkorenª impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitverkorenª impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitverkorenª impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitverkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitverkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitverkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitverkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitverkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitverkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitverkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitverkorenª actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt/heeft uitverkorenª uitverkozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitverkorenª voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitverkorenª actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitverkiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te verkiezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen verkiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal verkiezen bijzin, toekomende tijd
uit zou verkiezen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden verkiezen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt verkiezen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen verkiezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen verkiezen bijzin, toekomende tijd
uit zult verkiezen bijzin, toekomende tijd
uitverkies bijzin, tegenwoordige tijd
uitverkiest bijzin, tegenwoordige tijd
uitverkiezend onvoltooid, deelwoord
uitverkoos bijzin, verleden tijd
uitverkoost bijzin, verleden tijd
uitverkoren verleden tijd, deelwoord
uitverkorenª actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkorenª actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkorenª infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkorenª infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkorenª infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkorenª infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkorenª infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkorenª infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkorenª infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkorenª infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkorenª verleden tijd, deelwoord
uitverkozen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkozen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkozen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
uitverkozen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
uitverkozen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
uitverkozen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
uitverkozen verleden tijd, deelwoord
uitverkozen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
uitverkozen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
uitverkozen voltooid, verleden tijd, derde persoon
uitverkozen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
uitverkozen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
uitverkozen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
uitverkozen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
uitverkozen bijzin, verleden tijd
uitverkozen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
uitverkozen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
uitverkozen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
uitverkozen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
uitverkozen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
uitverkozen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
uitverkozen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkozen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitverkozen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkozen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkozen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverkozen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
uitverkozen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
uitverkozen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
uitverkozen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
uitverkozen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
uitverkozen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
uitverkozen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitverkozen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
uitverkozen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
uitverkozen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
uitverkozen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
uitverkozen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
uitverkozen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
uitverkozen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkozen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverkozen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkies uit gebiedende wijs
verkoos uit verleden tijd
waart uitverkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitverkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitverkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitverkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitverkorenª voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitverkorenª voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitverkorenª voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitverkorenª enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en verkiezen ww

Woordfamilie van uitverkiezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitverkies subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitverkiezen
uitverkiest subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitverkiezen
uitverkieze with-subordinate-clause uitverkiezen
uitverkiezend onvoltooid deelwoord uitverkiezen
uitverkiezende woordvorm uitverkiezen
uitverkoos subordinate-clause, verleden tijd uitverkiezen
uitverkozen voltooid deelwoord uitverkiezen
verkies uit gebiedende wijs uitverkiezen
verkiest uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitverkiezen
verkieze uit woordvorm uitverkiezen
verkiezen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitverkiezen
verkoos uit verleden tijd uitverkiezen
verkozen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitverkiezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitverkiezen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over uitverkiezen

Wat is de betekenis van uitverkiezen?
Uitverkiezen is een werkwoord. De betekenis is: uit velen een enkele selecteren.
Hoe vervoeg ik uitverkiezen?
Zo vervoeg je uitverkiezen zo: het voltooid deelwoord is uitverkoren. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitverkiezen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. I 1
  9. E 1
  10. Z 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitverkiezen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. I 2
  9. E 1
  10. Z 5
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitverkiezen in het kort

uitverkiezen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitverkiezen staan er 85 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitverkiezen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitverkiezen: uit velen een enkele selecteren
Deel uitverkiezen — standaardnederlands.nl