Naar de inhoud

uitverdedigen

uit de verdediging wegwerken van de bal, zodat een aanval kan beginnen

uitverdedigen

werkwoord

Betekenis

  1. uit de verdediging wegwerken van de bal, zodat een aanval kan beginnen

Vervoeging van uitverdedigen

uitverdedigenhele werkwoord — verdedigde uitverleden tijd enkelvoud — verdedigden uitverleden tijd meervoud — uitverdedigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdedig uit verdedigde uit
jij verdedigt uit verdedigde uit
hij, zij, het verdedigt uit verdedigde uit
wij verdedigen uit verdedigden uit
jullie verdedigen uit verdedigden uit
zij verdedigen uit verdedigden uit
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had uitverdedigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitverdedigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitverdedigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitverdedigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitverdedigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitverdedigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitverdedigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitverdedigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitverdedigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitverdedigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitverdedigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te verdedigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen verdedigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal verdedigen bijzin, toekomende tijd
uit zou verdedigen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden verdedigen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt verdedigen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen verdedigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen verdedigen bijzin, toekomende tijd
uit zult verdedigen bijzin, toekomende tijd
uitverdedig bijzin, tegenwoordige tijd
uitverdedigd verleden tijd, deelwoord
uitverdedigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitverdedigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitverdedigde bijzin, verleden tijd
uitverdedigden bijzin, verleden tijd
uitverdedigend onvoltooid, deelwoord
uitverdedigt bijzin, tegenwoordige tijd
verdedig uit gebiedende wijs
verdedigde uit verleden tijd
zal uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitverdedigen bijzin, toekomende tijd
zou uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitverdedigen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitverdedigen uit zou(dt) verdedigen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitverdedigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitverdedigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitverdedigen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitverdedigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitverdedigen bijzin, toekomende tijd
zult uitverdedigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitverdedigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitverdedigen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uitverdedigen uit zult/zal verdedigen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en verdedigen ww

Woordfamilie van uitverdedigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitverdedig subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitverdedigen
uitverdedigd voltooid deelwoord uitverdedigen
uitverdedigde subordinate-clause, verleden tijd uitverdedigen
uitverdedigden subordinate-clause, verleden tijd uitverdedigen
uitverdedige with-subordinate-clause uitverdedigen
uitverdedigend onvoltooid deelwoord uitverdedigen
uitverdedigende woordvorm uitverdedigen
uitverdedigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitverdedigen
verdedig uit gebiedende wijs uitverdedigen
verdedigde uit verleden tijd uitverdedigen
verdedigden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitverdedigen
verdedige uit woordvorm uitverdedigen
verdedigen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitverdedigen
verdedigt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitverdedigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitverdedigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitverdedigen

Wat betekent uitverdedigen?
Uitverdedigen is een werkwoord. Het woord betekent: uit de verdediging wegwerken van de bal, zodat een aanval kan beginnen.
Hoe vervoeg je uitverdedigen?
Je vervoegt uitverdedigen als volgt: het voltooid deelwoord is uitverdedigd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitverdedigen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. D 2
  10. I 1
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitverdedigen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. D 2
  10. I 2
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 zonder bonus
  15. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitverdedigen in het kort

uitverdedigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitverdedigen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitverdedigen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitverdedigen: uit de verdediging wegwerken van de bal, zodat een aanval kan beginnen
Deel uitverdedigen — standaardnederlands.nl