Naar de inhoud

uitvechten

door te vechten tot een beslissing komen

uitvechten

werkwoord

Betekenis

  1. door te vechten tot een beslissing komen

Vervoeging van uitvechten

uitvechtenhele werkwoord — vocht uitverleden tijd enkelvoud — vochten uitverleden tijd meervoud — uitgevochtenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vecht uit vocht uit
jij vecht uit vocht uit
hij, zij, het vecht uit vocht uit
wij vechten uit vochten uit
jullie vechten uit vochten uit
zij vechten uit vochten uit
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgevochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgevochten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgevochten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgevochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgevochten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgevochten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgevochten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgevochten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te vechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen vechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal vechten bijzin, toekomende tijd
uit zou vechten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden vechten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt vechten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen vechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen vechten bijzin, toekomende tijd
uit zult vechten bijzin, toekomende tijd
uitgevochten verleden tijd, deelwoord
uitgevochten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgevochten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgevochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevochten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevochten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgevochten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgevochten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgevochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgevochten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgevochten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitvecht bijzin, tegenwoordige tijd
uitvechtend onvoltooid, deelwoord
uitvocht bijzin, verleden tijd
uitvochten bijzin, verleden tijd
vecht uit gebiedende wijs
vocht uit verleden tijd
waart uitgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgevochten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgevochten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitvechten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitvechten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitvechten uit zou(dt) vechten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitvechten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitvechten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgevochten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgevochten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgevochten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitvechten bijzin, toekomende tijd
zult uitgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en vechten

Woordfamilie van uitvechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgevochten voltooid deelwoord uitvechten
uitvecht subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitvechten
uitvechte with-subordinate-clause uitvechten
uitvechtend onvoltooid deelwoord uitvechten
uitvechtende woordvorm uitvechten
uitvocht subordinate-clause, verleden tijd uitvechten
uitvochten subordinate-clause, verleden tijd uitvechten
vecht uit gebiedende wijs uitvechten
vechte uit woordvorm uitvechten
vechten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitvechten
vocht uit verleden tijd uitvechten
vochten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitvechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitvechten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitvechten

Wat is de betekenis van uitvechten?
Uitvechten is een werkwoord. De betekenis is: door te vechten tot een beslissing komen.
Hoe vervoeg ik uitvechten?
Zo vervoeg je uitvechten zo: het voltooid deelwoord is uitgevochten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitvechten is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitvechten levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitvechten in het kort

uitvechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitvechten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitvechten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitvechten: door te vechten tot een beslissing komen
Deel uitvechten — standaardnederlands.nl