uitspoelen
werkwoord ˈœytspulə(n)Betekenis
- spoelend verwijderen of verdwijnen
- spoelend uithollen
Hoe spreek je uitspoelen uit?
/ˈœytspulən/
Uitspoelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| p | pak |
| u | boek |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van uitspoelen
uitspoelenhele werkwoord — spoelde uitverleden tijd enkelvoud — spoelden uitverleden tijd meervoud — uitgespoeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spoel uit | spoelde uit |
| jij | spoelt uit | spoelde uit |
| hij, zij, het | spoelt uit | spoelde uit |
| wij | spoelen uit | spoelden uit |
| jullie | spoelen uit | spoelden uit |
| zij | spoelen uit | spoelden uit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgespoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgespoeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgespoeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgespoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgespoeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgespoeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgespoeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgespoeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgespoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spoel uit | gebiedende wijs |
| spoelde uit | verleden tijd |
| te hebben uitgespoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitspoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| uitgespoeld | verleden tijd, deelwoord |
| uitgespoeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgespoeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgespoeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgespoeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgespoeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgespoeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgespoeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgespoeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgespoeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgespoeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitspoel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitspoelde | bijzin, verleden tijd |
| uitspoelden | bijzin, verleden tijd |
| uitspoelend | onvoltooid, deelwoord |
| uitspoelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitspoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitspoelen uit zou(dt) spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitspoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitspoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uit en spoelen
Woordfamilie van uitspoelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spoel uit | gebiedende wijs | uitspoelen |
| spoelde uit | verleden tijd | uitspoelen |
| spoelden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitspoelen |
| spoele uit | woordvorm | uitspoelen |
| spoelen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitspoelen |
| spoelt uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitspoelen |
| uitgespoeld | voltooid deelwoord | uitspoelen |
| uitgespoelde | woordvorm | uitspoelen |
| uitspoel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitspoelen |
| uitspoelde | subordinate-clause, verleden tijd | uitspoelen |
| uitspoelden | subordinate-clause, verleden tijd | uitspoelen |
| uitspoele | with-subordinate-clause | uitspoelen |
| uitspoelend | onvoltooid deelwoord | uitspoelen |
| uitspoelende | woordvorm | uitspoelen |
| uitspoelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitspoelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspoelen zijn vastgelegd.