Naar de inhoud

uitspoelen

spoelend verwijderen of verdwijnen

uitspoelen

werkwoord ˈœytspulə(n)

Betekenis

  1. spoelend verwijderen of verdwijnen
  2. spoelend uithollen

Hoe spreek je uitspoelen uit?

/ˈœytspulən/

Uitspoelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytspulən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
s sok
p pak
u boek
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitspoelen

uitspoelenhele werkwoord — spoelde uitverleden tijd enkelvoud — spoelden uitverleden tijd meervoud — uitgespoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spoel uit spoelde uit
jij spoelt uit spoelde uit
hij, zij, het spoelt uit spoelde uit
wij spoelen uit spoelden uit
jullie spoelen uit spoelden uit
zij spoelen uit spoelden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgespoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgespoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgespoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgespoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgespoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgespoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoel uit gebiedende wijs
spoelde uit verleden tijd
te hebben uitgespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitspoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te spoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal spoelen bijzin, toekomende tijd
uit zou spoelen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden spoelen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt spoelen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen spoelen bijzin, toekomende tijd
uit zult spoelen bijzin, toekomende tijd
uitgespoeld verleden tijd, deelwoord
uitgespoeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespoeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgespoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespoeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespoeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgespoeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespoeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgespoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespoeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgespoeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitspoel bijzin, tegenwoordige tijd
uitspoelde bijzin, verleden tijd
uitspoelden bijzin, verleden tijd
uitspoelend onvoltooid, deelwoord
uitspoelt bijzin, tegenwoordige tijd
waart uitgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitspoelen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitspoelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitspoelen uit zou(dt) spoelen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitspoelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitspoelen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitspoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitspoelen bijzin, toekomende tijd
zult uitgespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en spoelen

Woordfamilie van uitspoelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spoel uit gebiedende wijs uitspoelen
spoelde uit verleden tijd uitspoelen
spoelden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitspoelen
spoele uit woordvorm uitspoelen
spoelen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitspoelen
spoelt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitspoelen
uitgespoeld voltooid deelwoord uitspoelen
uitgespoelde woordvorm uitspoelen
uitspoel subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitspoelen
uitspoelde subordinate-clause, verleden tijd uitspoelen
uitspoelden subordinate-clause, verleden tijd uitspoelen
uitspoele with-subordinate-clause uitspoelen
uitspoelend onvoltooid deelwoord uitspoelen
uitspoelende woordvorm uitspoelen
uitspoelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitspoelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitspoelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitspoelen

Hoe spreek ik uitspoelen uit?
Zo spreek je uitspoelen uit: /ˈœytspulə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van uitspoelen?
Uitspoelen is een werkwoord. De betekenis is: spoelend verwijderen of verdwijnen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitspoelen?
Zo vervoeg je uitspoelen zo: het voltooid deelwoord is uitgespoeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitspoelen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitspoelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. P 4
  6. O 1
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitspoelen in het kort

uitspoelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitspoelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitspoelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitspoelen: spoelend verwijderen of verdwijnen
Deel uitspoelen — standaardnederlands.nl