Naar de inhoud

uitsmelten

door smelten bij hoge temperatuur winnen uit (erts)

uitsmelten

werkwoord

Betekenis

  1. door smelten bij hoge temperatuur winnen uit (erts)

Vervoeging van uitsmelten

uitsmeltenhele werkwoord — smolt uitverleden tijd enkelvoud — smolten uitverleden tijd meervoud — uitgesmoltenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smelt uit smolt uit
jij smelt uit smolt uit
hij, zij, het smelt uit smolt uit
wij smelten uit smolten uit
jullie smelten uit smolten uit
zij smelten uit smolten uit
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgesmolten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgesmolten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgesmolten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgesmolten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgesmolten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgesmolten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgesmolten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgesmolten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smelt uit gebiedende wijs
smolt uit verleden tijd
te hebben uitgesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitsmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te smelten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal smelten bijzin, toekomende tijd
uit zou smelten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden smelten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt smelten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen smelten bijzin, toekomende tijd
uit zult smelten bijzin, toekomende tijd
uitgesmolten verleden tijd, deelwoord
uitgesmolten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgesmolten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgesmolten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgesmolten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgesmolten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgesmolten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgesmolten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgesmolten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgesmolten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgesmolten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitsmelt bijzin, tegenwoordige tijd
uitsmeltend onvoltooid, deelwoord
uitsmolt bijzin, verleden tijd
uitsmolten bijzin, verleden tijd
waart uitgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitsmelten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitsmelten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitsmelten uit zou(dt) smelten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitsmelten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitsmelten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitsmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitsmelten bijzin, toekomende tijd
zult uitgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en smelten

Woordfamilie van uitsmelten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
smelt uit gebiedende wijs uitsmelten
smelte uit woordvorm uitsmelten
smelten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitsmelten
smolt uit verleden tijd uitsmelten
smolten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitsmelten
uitgesmolten voltooid deelwoord uitsmelten
uitsmelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitsmelten
uitsmelte with-subordinate-clause uitsmelten
uitsmeltend onvoltooid deelwoord uitsmelten
uitsmeltende woordvorm uitsmelten
uitsmolt subordinate-clause, verleden tijd uitsmelten
uitsmolten subordinate-clause, verleden tijd uitsmelten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitsmelten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitsmelten

Wat is de betekenis van uitsmelten?
Uitsmelten is een werkwoord. De betekenis is: door smelten bij hoge temperatuur winnen uit (erts).
Hoe vervoeg ik uitsmelten?
Zo vervoeg je uitsmelten zo: het voltooid deelwoord is uitgesmolten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitsmelten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitsmelten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitsmelten in het kort

uitsmelten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitsmelten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitsmelten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitsmelten: door smelten bij hoge temperatuur winnen uit (erts)
Deel uitsmelten — standaardnederlands.nl