Naar de inhoud

uitslijten

door middel van slijten een, vaak onbedoelde of dysfunctionele, vorm krijgen

uitslijten

werkwoord

Betekenis

  1. door middel van slijten een, vaak onbedoelde of dysfunctionele, vorm krijgen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van uitslijten

uitslijtenhele werkwoord — sleet uitverleden tijd enkelvoud — sleten uitverleden tijd meervoud — uitgesletenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slijt uit sleet uit
jij slijt uit sleet uit
hij, zij, het slijt uit sleet uit
wij slijten uit sleten uit
jullie slijten uit sleten uit
zij slijten uit sleten uit
Alle 117 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgesleten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgesleten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgesleten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgesleten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgesleten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgesleten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgesleten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgesleten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sleet uit verleden tijd
slijt uit gebiedende wijs
te zijn uitgesleten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitslijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te slijten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen slijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal slijten bijzin, toekomende tijd
uit zou slijten bijzin, voorwaardelijk
uit zouden slijten bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt slijten bijzin, voorwaardelijk
uit zullen slijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen slijten bijzin, toekomende tijd
uit zult slijten bijzin, toekomende tijd
uitgesleten verleden tijd, deelwoord
uitgesleten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgesleten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgesleten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgesleten te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgesleten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgesleten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgesleten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgesleten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgesleten zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgesleten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitsleet bijzin, verleden tijd
uitsleten bijzin, verleden tijd
uitslijt bijzin, tegenwoordige tijd
uitslijtend onvoltooid, deelwoord
waart uitgesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgesleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgesleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgesleten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgesleten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgesleten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgesleten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitslijten bijzin, toekomende tijd
zijn uitgesleten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgesleten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitslijten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitslijten uit zou(dt) slijten bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitslijten bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgesleten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitslijten bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitslijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitslijten bijzin, toekomende tijd
zult uitgesleten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitgesleten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitslijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitslijten bijzin, toekomende tijd
zult/zal uitslijten uit zult/zal slijten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en slijten ww

Woordfamilie van uitslijten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sleet uit verleden tijd uitslijten
sleten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitslijten
slijt uit gebiedende wijs uitslijten
slijte uit woordvorm uitslijten
slijten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitslijten
uitgesleten voltooid deelwoord uitslijten
uitsleet subordinate-clause, verleden tijd uitslijten
uitsleten subordinate-clause, verleden tijd uitslijten
uitslijt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitslijten
uitslijte with-subordinate-clause uitslijten
uitslijtend onvoltooid deelwoord uitslijten
uitslijtende woordvorm uitslijten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitslijten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitslijten

Wat betekent uitslijten?
Uitslijten is een werkwoord. Het woord betekent: door middel van slijten een, vaak onbedoelde of dysfunctionele, vorm krijgen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitslijten?
Je vervoegt uitslijten als volgt: het voltooid deelwoord is uitgesleten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitslijten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitslijten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitslijten in het kort

uitslijten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitslijten zijn 71 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitslijten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitslijten: door middel van slijten een, vaak onbedoelde of dysfunctionele, vorm krijgen
Deel uitslijten — standaardnederlands.nl