uitschuiven
werkwoordBetekenis
- de lengte van een voorwerp vergroten door delen ervan langs elkaar te doen glijden
werkwoord
- uitstellen, zodat je je daar niet onmiddelijk over moet buigen (+ voor zich) transitive
Vervoeging van uitschuiven
uitschuivenhele werkwoord — schoof uitverleden tijd enkelvoud — schoven uitverleden tijd meervoud — uitgeschovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schuif uit | schoof uit |
| jij | schuift uit | schoof uit |
| hij, zij, het | schuift uit | schoof uit |
| wij | schuiven uit | schoven uit |
| jullie | schuiven uit | schoven uit |
| zij | schuiven uit | schoven uit |
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgeschoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgeschoven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgeschoven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgeschoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeschoven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeschoven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgeschoven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgeschoven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schoof uit | verleden tijd |
| schuif uit | gebiedende wijs |
| te zijn uitgeschoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitschuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te schuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen schuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal schuiven | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen schuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen schuiven | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult schuiven | bijzin, toekomende tijd |
| uitgeschoven | verleden tijd, deelwoord |
| uitgeschoven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgeschoven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgeschoven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeschoven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeschoven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeschoven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgeschoven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgeschoven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgeschoven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgeschoven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitschoof | bijzin, verleden tijd |
| uitschoven | bijzin, verleden tijd |
| uitschuif | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitschuift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitschuivend | onvoltooid, deelwoord |
| waart uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgeschoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgeschoven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitschuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgeschoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitschuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitschuiven uit zou(dt) schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitschuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgeschoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitschuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitschuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitschuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgeschoven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult uitgeschoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult uitschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult uitschuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal uitschuiven uit zult/zal schuiven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van uit bw en schuiven ww
Woordfamilie van uitschuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoof uit | verleden tijd | uitschuiven |
| schoven uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitschuiven |
| schuif uit | gebiedende wijs | uitschuiven |
| schuift uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitschuiven |
| schuive uit | woordvorm | uitschuiven |
| schuiven uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitschuiven |
| uitgeschoven | voltooid deelwoord | uitschuiven |
| uitschoof | subordinate-clause, verleden tijd | uitschuiven |
| uitschoven | subordinate-clause, verleden tijd | uitschuiven |
| uitschuif | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitschuiven |
| uitschuift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitschuiven |
| uitschuive | with-subordinate-clause | uitschuiven |
| uitschuivend | onvoltooid deelwoord | uitschuiven |
| uitschuivende | woordvorm | uitschuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitschuiven zijn vastgelegd.