Naar de inhoud

uitkloppen

door te kloppen reinigen van stof etc.

uitkloppen

werkwoord ˈœytklɔpə(n)

Betekenis

  1. door te kloppen reinigen van stof etc.
  2. door kloppen verwijderen
  3. door erop te kloppen groter van oppervlakte maken

Hoe spreek je uitkloppen uit?

/ˈœytklɔpən/

Uitkloppen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytklɔpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
k kat
l land
ɔ bot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitkloppen

uitkloppenhele werkwoord — klopte uitverleden tijd enkelvoud — klopten uitverleden tijd meervoud — uitgekloptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klop uit klopte uit
jij klopt uit klopte uit
hij, zij, het klopt uit klopte uit
wij kloppen uit klopten uit
jullie kloppen uit klopten uit
zij kloppen uit klopten uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgeklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgeklopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgeklopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgeklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgeklopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgeklopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgeklopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgeklopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgeklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klop uit gebiedende wijs
klopte uit verleden tijd
te hebben uitgeklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitkloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te kloppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal kloppen bijzin, toekomende tijd
uit zou kloppen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden kloppen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt kloppen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen kloppen bijzin, toekomende tijd
uit zult kloppen bijzin, toekomende tijd
uitgeklopt verleden tijd, deelwoord
uitgeklopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgeklopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgeklopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeklopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeklopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgeklopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgeklopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgeklopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgeklopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgeklopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitklop bijzin, tegenwoordige tijd
uitkloppend onvoltooid, deelwoord
uitklopt bijzin, tegenwoordige tijd
uitklopte bijzin, verleden tijd
uitklopten bijzin, verleden tijd
waart uitgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitkloppen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitkloppen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitkloppen uit zou(dt) kloppen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitkloppen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitkloppen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitkloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitkloppen bijzin, toekomende tijd
zult uitgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en kloppen

Woordfamilie van uitkloppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
klop uit gebiedende wijs uitkloppen
kloppe uit woordvorm uitkloppen
kloppen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitkloppen
klopt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitkloppen
klopte uit verleden tijd uitkloppen
klopten uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitkloppen
uitgeklopt voltooid deelwoord uitkloppen
uitgeklopte woordvorm uitkloppen
uitklop subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitkloppen
uitkloppe with-subordinate-clause uitkloppen
uitkloppend onvoltooid deelwoord uitkloppen
uitkloppende woordvorm uitkloppen
uitklopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitkloppen
uitklopte subordinate-clause, verleden tijd uitkloppen
uitklopten subordinate-clause, verleden tijd uitkloppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitkloppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitkloppen

Hoe spreek je uitkloppen uit?
De uitspraak van uitkloppen is: /ˈœytklɔpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitkloppen?
Uitkloppen is een werkwoord. Het woord betekent: door te kloppen reinigen van stof etc. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitkloppen?
Je vervoegt uitkloppen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgeklopt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitkloppen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. K 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. P 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitkloppen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. K 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. P 4
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitkloppen in het kort

uitkloppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitkloppen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitkloppen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitkloppen: door te kloppen reinigen van stof etc.
Deel uitkloppen — standaardnederlands.nl