Naar de inhoud

uithalen

(iets ~) een opmerkelijke daad plegen

uithalen is meer dan één woord

uithalen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈœythalə(n)

Betekenis

  1. (iets ~) een opmerkelijke daad plegen
  2. (iets ~) een brei- of haakwerkje ontdoen
  3. (~ naar) een slag doen, al of niet overdrachtelijk

Hoe spreek je uithalen uit?

/ˈœythalən/

Uithalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœythalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
h hoed
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een opmerkelijke daad plegen transitive
  2. een brei- of haakwerkje ontdoen transitive
  3. een slag doen, al of niet overdrachtelijk unergative
  4. iets nemen of ontvangen
  5. leeghalen transitive

Vervoeging van uithalen

uithalenhele werkwoord — haalde uitverleden tijd enkelvoud — haalden uitverleden tijd meervoud — uitgehaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haal uit haalde uit
jij haalt uit haalde uit
hij, zij, het haalt uit haalde uit
wij halen uit haalden uit
jullie halen uit haalden uit
zij halen uit haalden uit
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is uitgehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgehaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgehaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgehaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgehaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgehaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgehaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
haal uit gebiedende wijs
haalde uit verleden tijd
had uitgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uithalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te halen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal halen bijzin, toekomende tijd
uit zou halen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden halen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt halen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen halen bijzin, toekomende tijd
uit zult halen bijzin, toekomende tijd
uitgehaald verleden tijd, deelwoord
uitgehaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgehaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uithaal bijzin, tegenwoordige tijd
uithaalde bijzin, verleden tijd
uithaalden bijzin, verleden tijd
uithaalt bijzin, tegenwoordige tijd
uithalend onvoltooid, deelwoord
zal uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uithalen bijzin, toekomende tijd
zou uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uithalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uithalen uit zou(dt) halen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uithalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uithalen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uithalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uithalen bijzin, toekomende tijd
zult uitgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uithalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uithalen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uithalen uit zult/zal halen bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord uithaal

Herkomst

samenstelling van uit bw en halen ww

Woordfamilie van uithalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
haal uit gebiedende wijs uithalen
haalde uit verleden tijd uithalen
haalden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uithalen
haalt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uithalen
hale uit woordvorm uithalen
halen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uithalen
uitgehaald voltooid deelwoord uithalen
uitgehaalde woordvorm uithalen
uithaalde subordinate-clause, verleden tijd uithalen
uithaalden subordinate-clause, verleden tijd uithalen
uithaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uithalen
uithale with-subordinate-clause uithalen
uithalend onvoltooid deelwoord uithalen
uithalende woordvorm uithalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uithalen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uithalen

Hoe spreek je uithalen uit?
De uitspraak van uithalen is: /ˈœythalə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uithalen?
Uithalen is een werkwoord. Het woord betekent: (iets ~) een opmerkelijke daad plegen. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uithalen?
Je vervoegt uithalen als volgt: het voltooid deelwoord is uitgehaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uithalen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uithalen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uithalen in het kort

uithalen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uithalen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uithalen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uithalen: (iets ~) een opmerkelijke daad plegen
Deel uithalen — standaardnederlands.nl