uithaal
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een krachtige beweging met een arm of been
- aanhoudende toon
- hard, ver schot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uithaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uithaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| uithalen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uithalen
Vervoeging van uithaal
uithaalhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en haal
Woordfamilie van uithaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uithaaltje | verkleinwoord | uithaal |
| uithaaltjes | verkleinwoord meervoud | uithaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uithaal zijn vastgelegd.