Naar de inhoud

uiteennemen

in zijn onderdelen ontbinden

uiteennemen

werkwoord

Betekenis

  1. in zijn onderdelen ontbinden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van uiteennemen

uiteennemenhele werkwoord — nam uiteenverleden tijd enkelvoud — namen uiteenverleden tijd meervoud — uiteengenomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neem uiteen nam uiteen
jij neemt uiteen naamt uiteen
hij, zij, het neemt uiteen nam uiteen
wij nemen uiteen namen uiteen
jullie nemen uiteen namen uiteen
zij nemen uiteen namen uiteen
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is uiteengenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uiteengenomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uiteengenomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uiteengenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uiteengenomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uiteengenomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uiteengenomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uiteengenomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uiteengenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uiteengenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uiteengenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uiteengenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uiteengenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uiteengenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uiteengenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uiteengenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nam uiteen verleden tijd
neem uiteen gebiedende wijs
te hebben uiteengenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uiteennemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteen te nemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uiteen te zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteen zal nemen bijzin, toekomende tijd
uiteen zou nemen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zouden nemen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zoudt nemen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteen zullen nemen bijzin, toekomende tijd
uiteen zult nemen bijzin, toekomende tijd
uiteengenomen verleden tijd, deelwoord
uiteengenomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uiteengenomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uiteengenomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteengenomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteengenomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteengenomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uiteengenomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uiteengenomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteengenomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteengenomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteennaamt bijzin, verleden tijd
uiteennam bijzin, verleden tijd
uiteennamen bijzin, verleden tijd
uiteenneem bijzin, tegenwoordige tijd
uiteenneemt bijzin, tegenwoordige tijd
uiteennemend onvoltooid, deelwoord
waren uiteengenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uiteengenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uiteengenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden uiteengenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden uiteengenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uiteengenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uiteengenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uiteengenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uiteennemen bijzin, toekomende tijd
zijn uiteengenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uiteengenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uiteengenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uiteennemen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uiteennemen uiteen zou(dt) nemen bijzin, voorwaardelijk
zouden uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uiteengenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uiteengenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uiteennemen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uiteengenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uiteennemen bijzin, voorwaardelijk
zullen uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uiteengenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uiteengenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uiteennemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uiteennemen bijzin, toekomende tijd
zult uiteengenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uiteennemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uiteennemen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uiteennemen uiteen zult/zal nemen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uiteen bw en nemen ww

Woordfamilie van uiteennemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
naamt uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon uiteennemen
nam uiteen verleden tijd uiteennemen
namen uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uiteennemen
neem uiteen gebiedende wijs uiteennemen
neemt uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uiteennemen
neme uiteen woordvorm uiteennemen
nemen uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uiteennemen
uiteengenomen voltooid deelwoord uiteennemen
uiteennaamt subordinate-clause, verleden tijd uiteennemen
uiteennam subordinate-clause, verleden tijd uiteennemen
uiteennamen subordinate-clause, verleden tijd uiteennemen
uiteenneem subordinate-clause, tegenwoordige tijd uiteennemen
uiteenneemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uiteennemen
uiteenneme with-subordinate-clause uiteennemen
uiteennemend onvoltooid deelwoord uiteennemen
uiteennemende woordvorm uiteennemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uiteennemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uiteennemen

Wat betekent uiteennemen?
Uiteennemen is een werkwoord. Het woord betekent: in zijn onderdelen ontbinden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uiteennemen?
Je vervoegt uiteennemen als volgt: het voltooid deelwoord is uiteengenomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uiteennemen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uiteennemen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 zonder bonus
  13. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uiteennemen in het kort

uiteennemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uiteennemen zijn 80 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uiteennemen bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uiteennemen: in zijn onderdelen ontbinden
Deel uiteennemen — standaardnederlands.nl