uiteendrijven
werkwoordBetekenis
- een enkele kudde of menigte in meerdere delen opdelen door een drijvende beweging te maken
Vervoeging van uiteendrijven
uiteendrijvenhele werkwoord — dreef uiteenverleden tijd enkelvoud — dreven uiteenverleden tijd meervoud — uiteengedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf uiteen | dreef uiteen |
| jij | drijft uiteen | dreef uiteen |
| hij, zij, het | drijft uiteen | dreef uiteen |
| wij | drijven uiteen | dreven uiteen |
| jullie | drijven uiteen | dreven uiteen |
| zij | drijven uiteen | dreven uiteen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dreef uiteen | verleden tijd |
| drijf uiteen | gebiedende wijs |
| er is uiteengedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uiteengedreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uiteengedreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uiteengedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uiteengedreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uiteengedreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uiteengedreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uiteengedreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uiteengedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben uiteengedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uiteendrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uiteen te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uiteen te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uiteen zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| uiteen zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| uiteen zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| uiteen zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| uiteen zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uiteen zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| uiteen zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| uiteendreef | bijzin, verleden tijd |
| uiteendreven | bijzin, verleden tijd |
| uiteendrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uiteendrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uiteendrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| uiteengedreven | verleden tijd, deelwoord |
| uiteengedreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uiteengedreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uiteengedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uiteengedreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uiteengedreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uiteengedreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uiteengedreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uiteengedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uiteengedreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uiteengedreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uiteengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uiteengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uiteendrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal uiteengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uiteengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uiteengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uiteengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uiteengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uiteengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uiteendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) uiteendrijven uiteen zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uiteendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uiteendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uiteengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uiteengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen uiteendrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uiteendrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen uiteengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uiteengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uiteengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uiteengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uiteengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uiteengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uiteengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult uiteendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uiteen bw en drijven ww
Woordfamilie van uiteendrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef uiteen | verleden tijd | uiteendrijven |
| dreven uiteen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uiteendrijven |
| drijf uiteen | gebiedende wijs | uiteendrijven |
| drijft uiteen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uiteendrijven |
| drijve uiteen | woordvorm | uiteendrijven |
| drijven uiteen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uiteendrijven |
| uiteendreef | subordinate-clause, verleden tijd | uiteendrijven |
| uiteendreven | subordinate-clause, verleden tijd | uiteendrijven |
| uiteendrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uiteendrijven |
| uiteendrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uiteendrijven |
| uiteendrijve | with-subordinate-clause | uiteendrijven |
| uiteendrijvend | onvoltooid deelwoord | uiteendrijven |
| uiteendrijvende | woordvorm | uiteendrijven |
| uiteengedreven | voltooid deelwoord | uiteendrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uiteendrijven zijn vastgelegd.