Naar de inhoud

tukken

een korte periode van ondiepe slaap houden

tukken is meer dan één woord

tukken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een korte periode van ondiepe slaap houden

Vervoeging van tukken

tukkenhele werkwoord — tukteverleden tijd enkelvoud — tuktenverleden tijd meervoud — getuktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tuk tukte
jij tukt tukte
hij, zij, het tukt tukte
wij tukken tukten
jullie tukken tukten
zij tukken tukten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getukt verleden tijd, deelwoord
getukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tuk gebiedende wijs
tukke aanvoegende wijs
tukkend onvoltooid, deelwoord
tukte verleden tijd
zal getukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord tuk

Herkomst

afgeleid van tuk met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van tukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getukt voltooid deelwoord tukken
tukke aanvoegende wijs tukken
tukkend onvoltooid deelwoord tukken
tukkende woordvorm tukken
tukt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tukken
tukte verleden tijd tukken
tukten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tukken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tukken

Wat betekent tukken?
Tukken is een werkwoord. Het woord betekent: een korte periode van ondiepe slaap houden.
Hoe vervoeg je tukken?
Je vervoegt tukken als volgt: de tegenwoordige tijd is tuk, de verleden tijd is tukte en het voltooid deelwoord is getukt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tukken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. U 4
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tukken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. U 2
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tukken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tukken in het kort

tukken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van tukken zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tukken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tukken: een korte periode van ondiepe slaap houden
Deel tukken — standaardnederlands.nl