Naar de inhoud

tuinieren

het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin.

tuinieren

werkwoord

Betekenis

  1. het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin.
  2. het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin

Vervoeging van tuinieren

tuinierenhele werkwoord — tuinierdeverleden tijd enkelvoud — tuinierdenverleden tijd meervoud — getuinierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tuinier tuinierde
jij tuiniert tuinierde
hij, zij, het tuiniert tuinierde
wij tuinieren tuinierden
jullie tuinieren tuinierden
zij tuinieren tuinierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getuinierd verleden tijd, deelwoord
getuinierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getuinierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getuinierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getuinierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getuinierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getuinierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getuinierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getuinierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getuinierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getuinierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getuinierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getuinierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tuinieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tuinieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tuinier gebiedende wijs
tuinierde verleden tijd
tuiniere aanvoegende wijs
tuinierend onvoltooid, deelwoord
zal getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getuinierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tuinieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getuinierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tuinieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van tuinieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getuinierd voltooid deelwoord tuinieren
tuinierde verleden tijd tuinieren
tuinierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tuinieren
tuiniere aanvoegende wijs tuinieren
tuinierend onvoltooid deelwoord tuinieren
tuinierende woordvorm tuinieren
tuiniert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tuinieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuinieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tuinieren

Wat betekent tuinieren?
Tuinieren is een werkwoord. Het woord betekent: het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tuinieren?
Je vervoegt tuinieren als volgt: de tegenwoordige tijd is tuinier, de verleden tijd is tuinierde en het voltooid deelwoord is getuinierd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tuinieren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. N 1
  5. I 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tuinieren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. N 1
  5. I 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tuinieren in het kort

tuinieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tuinieren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tuinieren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tuinieren: het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin.
Deel tuinieren — standaardnederlands.nl