Naar de inhoud

traven

vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen (van scheepslading)

traven

werkwoord

Betekenis

  1. vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen (van scheepslading)

werkwoord

  1. vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen obsolete, transitive

Vervoeging van traven

travenhele werkwoord — traafdeverleden tijd enkelvoud — traafdenverleden tijd meervoud — getraafdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik traaf traafde
jij traaft traafde
hij, zij, het traaft traafde
wij traven traafden
jullie traven traafden
zij traven traafden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getraafd verleden tijd, deelwoord
getraafd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getraafd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getraafd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getraafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getraafd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getraafd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getraafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getraafd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getraafd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getraafd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getraafd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getraafd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te traven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen traven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
traaf gebiedende wijs
traafde verleden tijd
trave aanvoegende wijs
travend onvoltooid, deelwoord
zal getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getraafd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt traven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen traven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getraafd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult traven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Spaans trabar of Portugees travar "vastmaken, stevigheid geven, steunen, vasthouden, vastpakken" die beide teruggaan op Latijn trabs "balk", cognaat met "travee"

Woordfamilie van traven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getraafd voltooid deelwoord traven
getraafde woordvorm traven
traaf gebiedende wijs traven
traafde verleden tijd traven
traafden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon traven
traaft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon traven
trave aanvoegende wijs traven
travend onvoltooid deelwoord traven
travende woordvorm traven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van traven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over traven

Wat is de betekenis van traven?
Traven is een werkwoord. De betekenis is: vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen (van scheepslading). In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik traven?
Zo vervoeg je traven zo: de tegenwoordige tijd is traaf, de verleden tijd is traafde en het voltooid deelwoord is getraafd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord traven is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

traven levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

traven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

traven in het kort

traven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van traven staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort traven bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

traven: vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen (van scheepslading)
Deel traven — standaardnederlands.nl