travee
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een deel van een gebouw, dat wordt bepaald door twee opvolgende steunpunten in de lengterichting van het gebouw
- een onderdeel van de verticale vlakverdeling van een gevel.
zelfstandig naamwoord
- een onderdeel van de verticale vlakverdeling van een gevel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| traveetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| traveetjes | verkleinwoord, meervoud |
| traveeën | meervoud |
Herkomst
Afkomstig van het Franse woord travée.
Woordfamilie van travee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| traveetje | verkleinwoord | travee |
| traveetjes | verkleinwoord meervoud | travee |
| traveeën | meervoud | travee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van travee zijn vastgelegd.