transitorium
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gebouw waarin een instelling tijdelijk gevestigd is of personen tijdelijk verblijven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| transitoria | meervoud |
| transitoriumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| transitoriumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| transitoriums | meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Latijnse transitus (het oversteken, overtocht) met het achtervoegsel -orium
Woordfamilie van transitorium
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| transitoria | meervoud | transitorium |
| transitoriumpje | verkleinwoord | transitorium |
| transitoriumpjes | verkleinwoord meervoud | transitorium |
| transitoriums | meervoud | transitorium |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transitorium zijn vastgelegd.