tortel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtɔrtəlBetekenis
- tortelduif
Hoe spreek je tortel uit?
/ˈtɔrtəl/
Tortel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tortels | meervoud |
| torteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| torteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tortelen
- gebiedende wijs van tortelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tortelen
Vervoeging van tortel
tortelhele werkwoord
Herkomst
zn: van Latijn turtur zn
Woordfamilie van tortel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tortels | meervoud | tortel |
| torteltje | verkleinwoord | tortel |
| torteltjes | verkleinwoord meervoud | tortel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tortel zijn vastgelegd.