mortel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈmɔrtəlBetekenis
- mengsel waarmee wordt gewerkt (bij het metselen, stukadoren, pleisteren etc.)
- sterfelijk, met betrekking tot de dood of het sterven
- die/dat de dood veroorzaakt, dodelijk
- gezegd van een zonde die de menselijke ziel aan de dood overlevert.
- kortstondig, vluchtig
- dodelijk saai
- sterveling
- de mensheid
Hoe spreek je mortel uit?
/ˈmɔrtəl/
Mortel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- mengsel waarmee wordt gewerkt (zoals bij metselen, stukadoren, pleisteren)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mortels | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mortelen
- gebiedende wijs van mortelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mortelen
Vervoeging van mortel
mortelhele werkwoord
Herkomst
via Middelnederlands morter van Latijn mortarium, in de betekenis van ‘metselspecie’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van mortel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mortels | meervoud | mortel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mortel zijn vastgelegd.