Naar de inhoud

tornen

herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit

tornen is meer dan één woord

tornen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtɔrnə(n)

Betekenis

  1. herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit
  2. met kleine stapjes afbreuk doen aan een bestaande instelling of regel
  3. laten draaien, doen wentelen

Hoe spreek je tornen uit?

/ˈtɔrnən/

Tornen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtɔrnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ɔ bot
r rood
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tornen

tornenhele werkwoord — torndeverleden tijd enkelvoud — torndenverleden tijd meervoud — getorndvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik torn tornde
jij tornt tornde
hij, zij, het tornt tornde
wij tornen tornden
jullie tornen tornden
zij tornen tornden
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[A] tornen canonical
er is getornd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getornd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getornd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getornd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getornd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getornd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getornd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getornd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getornd verleden tijd, deelwoord
getornd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getornd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getornd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getornd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getornd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getornd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getornd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getornd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getornd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getornd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getornd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getornd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getornd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getornd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getornd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getornd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getornd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getornd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tornen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tornen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
torn gebiedende wijs
tornde verleden tijd
torne aanvoegende wijs
tornend onvoltooid, deelwoord
zal getornd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getornd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getornd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getornd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tornen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getornd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getornd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getornd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tornen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getornd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tornen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord torn

Woordfamilie van tornen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getornd voltooid deelwoord tornen
getornde woordvorm tornen
tornde verleden tijd tornen
tornden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tornen
torne aanvoegende wijs tornen
tornend onvoltooid deelwoord tornen
tornende woordvorm tornen
tornt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tornen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tornen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tornen

Hoe spreek je tornen uit?
De uitspraak van tornen is: /ˈtɔrnə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent tornen?
Tornen is een werkwoord. Het woord betekent: herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tornen?
Je vervoegt tornen als volgt: de tegenwoordige tijd is torn, de verleden tijd is tornde en het voltooid deelwoord is getornd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tornen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tornen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. R 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 zonder bonus
  8. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tornen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tornen in het kort

tornen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tornen zijn 41 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tornen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tornen: herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit
Deel tornen — standaardnederlands.nl