torn
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtɔrnBetekenis
- voltooid deelwoord van tear
- toren (gebouw)
- toren (schaakstuk)
Hoe spreek je torn uit?
/ˈtɔrn/
Torn bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- losgetornde naad
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tornen | meervoud |
| torntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| torntjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tornen
- gebiedende wijs van tornen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tornen
Vervoeging van torn
tornhele werkwoord
Woordfamilie van torn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| torntje | verkleinwoord | torn |
| torntjes | verkleinwoord meervoud | torn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van torn zijn vastgelegd.