tooien
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- als decoratie dienen
Vervoeging van tooien
tooienhele werkwoord — tooideverleden tijd enkelvoud — tooidenverleden tijd meervoud — getooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tooi | tooide |
| jij | tooit | tooide |
| hij, zij, het | tooit | tooide |
| wij | tooien | tooiden |
| jullie | tooien | tooiden |
| zij | tooien | tooiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getooid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getooid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getooid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getooid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getooid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getooid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getooid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getooid | verleden tijd, deelwoord |
| getooid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getooid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getooid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getooid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getooid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getooid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getooid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getooid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getooid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getooid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tooi | gebiedende wijs |
| tooide | verleden tijd |
| tooie | aanvoegende wijs |
| tooiend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getooid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getooid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getooid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getooid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getooid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getooid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getooid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tooi
Herkomst
In de betekenis van ‘versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1530
Woordfamilie van tooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getooid | voltooid deelwoord | tooien |
| tooide | verleden tijd | tooien |
| tooiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tooien |
| tooie | aanvoegende wijs | tooien |
| tooiend | onvoltooid deelwoord | tooien |
| tooiende | woordvorm | tooien |
| tooit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tooien zijn vastgelegd.