tooi
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- versiersel dat dient om te tooien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tooien | meervoud |
| tooitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tooitjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tooien
- gebiedende wijs van tooien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tooien
Vervoeging van tooi
tooihele werkwoord
Woordfamilie van tooi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tooitje | verkleinwoord | tooi |
| tooitjes | verkleinwoord meervoud | tooi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tooi zijn vastgelegd.